En vergeet niet…
14 dinsdag mei 2013
Toegevoegd in Poëzie
14 dinsdag mei 2013
Toegevoegd in Poëzie
17 zondag mrt 2013
Toegevoegd in Poëzie
06 woensdag feb 2013
Toegevoegd in Poëzie
05 zaterdag jan 2013
Toegevoegd in Persoonlijk, Poëzie
Nobele voornemens
Ieder jaar weer ben ik altijd van plan
nou beslist met m’n geld rond te komen.
’t Volgend jaar koop ik geen speld! zeg ik dan
en ik laat mijn oude japon maar weer stomen.
Kasboek bijhouden en soberder leven,
niet meer zoveel aan de slager uitgeven,
zuiniger koken en touwtjes bewaren,
niet zo hard stoken en zegeltjes sparen.
Maar op de tweede
en de derde
en de vierde januari
dan zit ik altijd financieel
alweer totaal in de penarie.
De tiende ga ik winkelen in de stad en op de elfde
dan is het allemaal weer helemaal het zelfde.
Telkens opnieuw aan het eind van december
neem me ik me voor om broodmager te worden.
Dank u, geen suiker, geen borstplaat, geen gember,
nee, rauwe peentjes met borden en borden.
‘k Ga gymnastiek doen, hup ene, twee drieë,
hup voor en hup achter, hup twee door de knieën.
IJskoude douches, dat neem ik me voor
en nou geen smoesjes! Nou zet ik door!
Maar op de tweede
en de derde
en de vierde januari
dan voel ik weer: ik kan niet meer.
Het is toch eigenlijk zo’n larie.
de tiende neem ik suiker in de thee en op de elfde
dan is het allemaal weer hetzelfde.
Altijd opnieuw aan het eind van het jaar
neem ik me voor om een engel te worden.
Altijd opnieuw aan het eind van het jaar
leg ik m’n eigen moreel weer op orde.
Nooit meer humeurig zijn, niemand meer krenken,
altijd en aldoor aan anderen denken.
Voortaan heel fijntjes en mild en oprecht…
een nou geen geintjes! Nou doe ik het echt!
Maar op de tweede
en de derde
en de vierde januari
dan denk ik weer: het gaat niet meer.
Het is toch eigenlijk maar larie.
De tiende geef ik iedereen een snauw en op de elfde
dan is het allemaal weer helemaal hetzelfde.
Annie M.G. Schmidt
uit: Cabaretliedjes, 1961
21 zondag okt 2012
Toegevoegd in Fotografie, Poëzie
03 woensdag okt 2012
Toegevoegd in Poëzie
Herr: Es ist Zeit. Der Sommer war sehr groß.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,
und auf den Fluren laß die Winde los.
Befiel den letzten Früchten voll zu sein;
Gib ihnen noch zwei südlichere Tage
Dränge sie zur Vollendung hin und jage
Die letzte Süße in den schweren Wein.
Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben
Wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
Und wird in den Alleen hin und her
Unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.
Rainer Maria Rilke – Ausgewählte Gedichte.
23 zondag sep 2012
Toegevoegd in Fotografie, Natuurdagboek, Poëzie
Tags
29 woensdag aug 2012
Toegevoegd in Persoonlijk, Poëzie
17 dinsdag jul 2012
Toegevoegd in Poëzie
Tags
06 vrijdag jul 2012
Toegevoegd in Poëzie
Er is een land dat ik met pijn verliet,
Er is een land dat ik met pijn bewoon.
Een derde land daartussen is er niet.
Mijn leven volgt een zonderling patroon:
Want waar ik heenga voel ik me niet thuis
En waar ik thuis ben wil ik telkens weg.
De grens wordt smal tussen geluk en kruis,
Steeds minder denk ik wat ik hardop zeg.
Ik heb, om aan dit noodlot te ontkomen,
Een derde land verzonnen in mijn hoofd,
Een land vertrouwd met leugens en fantomen.
Aan diepgewortelde en zware bomen
Hangen honkvast de loden trossen ooft
Van al mijn vederlicht geworden dromen.
Uit: Gerrit Komrij: Luchtspiegelingen: gedichten, voornamelijk elegisch. Amsterdam: De Bezige Bij, 2001, p. 50.
Een taalkunstenaar en -virtuoos is niet meer.
Zijn stem zal nog lang nagalmen in mij.