Oudejaarsavond.
Beetje mijmeren en rommelen.
Zoveel herinneringen van dit jaar die voorbij komen.
Fijne en verdrietige herinneringen zoals dat gaat op zo’n avond.
Genieten van de top 2000: af en toe lekker meebrullen en swingen, heerlijk!
Tuurlijk denk ik ook even aan mijn moeder.
Ze heeft het ongetwijfeld gemerkt daar ergens boven want prompt komt Bette Midler langs op de Top 2000!
Some say love it is a river
That drowns the tender reed
Some say love it is a razor
That leaves your soul to bleed
Some say love it is a hunger
An endless aching need
I say love it is a flower
And you it’s only seed
It’s the heart afraid of breaking
That never learns to dance
It’s the dream afraid of waking that never takes the chance
It’s the one who won’t be taken
Who cannot seem to give
And the soul afraid of dying that never learns to live
When the night has been too lonely
And the road has been too long
And you think that love is only
For the lucky and the strong
Just remember in the winter far beneath the bitter snows
Lies the seed
That with the sun’s love
In the spring.
24 maart 1985
Een keizersnee: de baby lag in stuitligging, intuïtief wist ik al lang dat ze via de keizersnee ter wereld zou komen.
Nooit zal ik die zondagochtend vergeten toen ik wakker werd gemaakt met de woorden van de verpleegkundige: ‘word eens wakker, ik kom uw dochter brengen!’ Ik kon niks anders uitbrengen dan ‘wat is ze mooi…’ Dat was ze en dat is ze: het mooiste meisje van de wereld.
Een prachtig meisje met een zacht rond gaaf bolletje met grote heldere kijkers werd in mijn armen gelegd.
Die babygeur die met niets te vergelijken is, soms ruik ik het weer even.
Ik mocht haar heerlijk bij me houden, zolang als ik wilde.
Dat was dus héél lang, totdat ik weer in slaap sukkelde vanwege de narcose.
Rostropovich klonk met hemelse cellomuziek door mijn ziekenhuisradio.
Overweldigend.
Ik ben niet zo goed in afscheid nemen. Het liefst loop ik zo de deur uit en ga ik gewoon weg, de goede herinneringen met me meenemend. Wanneer ik dit nummer hoor of afspeel dan denk ik aan het afscheid van een leuke baan met goede collega’s. In de bloemen gezet en verwend met drie dikke pillen van boeken, waarbij blijkbaar heel goed was gekeken naar wat me boeide. Wat voelde ik me verlegen met al die aandacht en verwennerij! Het meest echter was ik verrast door een persoonlijk kadootje van een collega: hij had op een cassettebandje muziek voor me opgenomen waarvan hij dacht dat het me zou raken. De ene kant bevatte nummers van Sinead O’Connor, de andere kant nummers van diverse artiesten waaronder Leonard Cohen en Eva Cassidy. Er ging een wereld aan nieuwe muziek voor me open! Waar ik ook heenging, steevast had ik dit bandje in de walkman bij me. Of meezingen als het aanrecht weer eens propvol stond met een grote afwas of er flink gepoetst moest worden. Leonard Cohen blijft met stip mijn Grote Held, maar het was vooral Sinead die me door moeilijke tijden heeft gesleept. Heerlijk was het om kei- en keihard naar haar muziek te luisteren en te laten trillen daar waar niets anders kon doordringen in een hoofd dat zo vol pijn en verwarringen zat, dat zo chaotisch was. Op die manier kon alles letterlijk en figuurlijk even lekker uitrazen. En wanneer de storm was bedaard was daar die behoefte aan zachtheid, aan de sonore donkere heerlijke stem van Leonard Cohen om vervolgens af te sluiten met dit mooie nummer van Eva Cassidy. Zo kwam alles tot rust.
Dank je wel, F.! Het bandje zit nog altijd in de walkman…
Coldplay: onlosmakelijk verbonden met mijn allereerste blog:
Je jas
06-09-2007
Het lijkt alsof er niets is veranderd.
Ook niet na twee jaar.
De banken zijn hetzelfde en op de eettafel staat nog altijd een pot gevuld met lekkers.
Daarboven een prachtige foto van een zonnebloem.
Alles ademt jouw sfeer.
De sfeer van soberheid, van niet-uiterlijkheden, van innerlijke wijsheid en innerlijke rijkdom.
Je planten doen het goed!
De binnenkomst is warm en vanaf een aangrijpend mooie foto straal je elke binnenkomer tegemoet met je naar binnen gekeerde diepzinnige blik.
“Dit is mijn huis, hier woon ik”, lijk je te zeggen.
De inhoud van de boekenkast ziet er nog hetzelfde uit en ik heb in gedachten weer wat titels meegenomen.
Iedereen is welkom.
Als vanouds.
Zo ook de zwangere zwerfkat die liefdevol wordt binnen gehaald en voortaan behoort tot de ‘eigen’ katten.
Ze besluit in jullie huis vijf kittens te werpen.
Ze zijn zo ontzettend leuk, dapper, eigen-wijs en grappig, speels, elkaar uitdagend en je ziet duidelijk hoe ze zich aan het voorbereiden zijn op de Grote Kattenwereld. De Grote Aanstichter is er al gauw uit te halen, prachtig schouwspel! De honden bekijken met Groot Respect. Ook de verschillende vaders zijn zichtbaar in de kittens: het zijn twee clubjes op zich met ieder hun eigen voorkeuren, hun manier van luieren en spelen. Ik heb zonnebloemen voor je gekocht.
Want je hebt nog armen vol zonnebloemen van me te goed.
Gelukkig weet ik inmiddels blindelings de weg naar de bloemist, want van een lange treinreis worden bloemen ook niet vrolijker.
We waren te laat om ze bij je te gaan brengen.
De bloemen zijn in de vaas gezet en staan op jouw bureau, zodat je er alvast vanaf de foto naar kunt kijken.
Ik hoor de trots in zijn stem als hij vertelt over de steen voor jou en dat het heel jammer is dat ik die nu niet kan zien. Hem zo trots daarover te horen vertellen ontroert me.
Hij heeft beloofd de zonnebloemen de volgende dag te gaan brengen, evenals mijn meegebrachte in het land gevonden Drentse veldkei, en me daarvan het bewijs te sturen. Ik heb een moment geaarzeld of ik die kei ook zou achterlaten laten en of ik dat niet zelf wilde doen een volgende keer. Deze kleine kei echter hoort zo bij deze dag, bij de zonnebloemen, bij onze wandeling, bij ons praten en ons zwijgen en nog zoveel meer.
Bij hem is zoiets in goede handen, dat weet ik.
Het is alsof je boodschappen aan het doen bent en elk moment kunt binnenstappen.
“Ik ben even weg en kom zo terug!”
Wat ontbreekt bij binnenkomst en vertrek is je jas aan de kapstok.
Jouw rode jas.
En juist het ontbreken van jouw jas herinnert me aan dat zo verdrietige gemis.
Aan jou.
“Nobody said it was easy It’s such a shame for us to part Nobody said it was easy No one ever said it would be this hard”.
De pijn is verzacht door de tijd en dierbare herinneringen, toch gaat er nog altijd geen dag voorbij dat ik niet even aan haar denk.