Tags

,

Mijn slaapritme is niet meer wat het was: zo tegen elf uur ga ik naar bed om ’s nachts wakker te worden rond drie uur/half vier. Dan is het met het echte slapen gedaan en ga ik over op dommelstand. Om die laatste uren tot zes uur (opstaan) door te komen, luister ik graag naar een praatprogramma op de radio. ’s Nachts hoef ik geen muziek, maar die stemmen zacht op de achtergrond vind ik meestal wel plezierig. Zo luisterde ik afgelopen nacht -ik had teveel in mijn hoofd dat op een rijtje gezet moest worden zodat van slapen weinig kwam- naar de Nachtzuster waarin ik ineens met gespitste oren rechtop in bed zat. Het ging over spinnen! Met name over de manier hoe zo´n eerste draad van het web ergens terechtkomt.
Nu ben ik ook niet zo’n liefhebber van grote spinnen die tegen de muur oplopen of door de kamer wandelen, maar ik heb wel veel respect voor dat dier en no way dat ik ze doodmaak. Ze doen erg nuttig werk. Als je zo’n bezig spinnetje-aan-het-werk goed bekijkt, ontdek je dat zo’n web op een uitermate fascinerende manier wordt geweven.
De vraag die vorige week in me opkwam bij het bekijken van zo’n bezig spinnetje: hoe komt nou die ene draad daar waar nog helemaal niks hangt? Dat web moet toch ergens beginnen? Het komt toch niet uit de lucht vallen? Nou, eigenlijk bijna wel.
Een spin heeft nl. meerdere tepels waaruit zijdedraden van verschillende sterkte opgeslagen zijn. Om het begin van het web te maken wordt een tepel geopend en een draad zijde naar buiten geworpen om gevangen te worden door de wind. Zo wordt een startpunt gemaakt voor het web. Uitermate ingenieus.
Afgelopen week heb ik vol verwondering en ademloos staan kijken hoe een plukje zijde wordt meegenomen en wordt vastgeplakt aan het web. Ga maar eens goed kijken als er weer zo’n eng beest bezig is…

Advertenties