Lig ik languit bij de krokussen, hoor ik ineens een stem achter me: ‘Vliegen de bijen al?’
Ik had de meneer niet horen aankomen en schrik me een hoedje.
‘Ja, ze vliegen al’, zeg ik, ‘ik lig er bijna met mijn neus bovenop.’
‘En hebben ze al stuifmeel?’ vraagt de man.
‘Ze zitten onder het stuifmeel’, zeg ik.
De man is helemaal blij.
Hij loopt naar een schuur, waarvan ik niet doorhad dat dat een bijenstal is.
Waar hij en andere eigenaren een aantal bijenkasten hebben staan.
Hij nodigt me uit om te komen kijken: véél bijenkasten!
Zolang ik achter de kasten blijf, hoef ik niet bang te zijn voor de bijen.
‘U bent ook niet blij als er mensen in uw deuropening staan terwijl u naar binnen wilt in uw woning’, legt hij uit. Hij laat me de geelbruine vlekken zien op zijn bijenkasten: een teken dat ze hun reinigingsvlucht al hebben gemaakt.
‘Zon en bijen mevrouw, zonder dat kunnen we niet leven.’
Een boeiende en verrassende ontmoeting!
DSC00653a DSC00670 DSC00694DSC00725DSC00751DSC00485kDSC00509k