Het is een lange aanloop naar vrijdag toe.
Er hoeft niet zo heel veel meer te gebeuren voor de uitvaart. Mijn grote eettafel ligt vol met lijstjes. Ik ben zo bang om te vergeten wat belangrijk is, of dat ik zal vergeten mee te brengen wat wel mee moet. En zo tolt het in mijn hoofd door. Voor het gemak stap ik ’s morgens steeds maar weer in dezelfde broek, hetzelfde vestje en dezelfde schoenen. Daar hoef ik dan in ieder geval niet over na te denken. Aan een knipbeurt was ik toch al dringend toe, streept ‘kapper’ weg. Dat scheelt weer een ‘moeten’. Het is dubbel om zoveel tijd te hebben: enerzijds levert het minder druk op voor de regeldingen en dat is fijn, omdat we als families ver uit elkaar wonen. Er wordt heel wat afgereisd, gebeld, gemaild etc. Anderzijds voel ik mijn spanning naar vrijdag toenemen. Ik vind het per dag moeilijker en zwaarder worden. Vanmorgen was ik al tijdig op de begraafplaats, een uurtje eerder dan afgesproken. De bloesem bloeit uitbundig. Ik voel afstand, alsof het me niet mag raken. Ingebouwde bescherming.
DSC03824Ik duik met mijn neus in het nog wat vochtige gras, kijkend naar de mosjes
DSC03838DSC03882DSC03894DSC03902Deze tijd in de vroege ochtend is even van mij.
Voor mij alleen.
Weldadige tijd, stille tijd, bijna heilige tijd.
Met de uitvaartleidster ga ik naar de plek waar manlief zijn laatste rustplaats zal hebben. Hij heeft overigens de primeur: sinds kort mag er weer worden begraven op de prachtige oude begraafplaats. Het past zo helemaal in het natuurlijke verloop van de dingen die gebeuren. Ik vind het confronterend om te zien dat het kader al is aangebracht. Het voelt onwerkelijk, ongrijpbaar, bijna bizar. Ik laat het op me inwerken. Zo groei ik elke dag in stappen naar dat laatste afscheid toe.
Regelmatig zet ik mezelf in de wacht, pik ik tussendoor her en der mijn parkeermomenten. Voor nu zet ik mijn hoofd in de parkeerstand.
Ik zit vast op een vervelend level van het snoepjesspel.
Mooi klusje voor vanavond.

Advertenties