Zo ongeveer voelde het vandaag.
En nog een paar van deze dagen te gaan.
Redelijk aan de koele kant dus 🙂
Of misschien zijn we zo langzamerhand niks meer gewend?, denk ik bij mezelf. Hoe dan ook, het is even doorzetten om naar buiten te gaan met Boaz, maar dan heb je ook wat: tintelende rode wangen, knetterend statisch haar, loopneus, stijve knieën (ik in ieder geval wel) koude handen en voeten ondanks dik ingepakt zijn. In ieder geval halen we toch maar mooi dagelijks een frisse neus, de kleine man en ik. Wat bij thuiskomst best aangenaam voelt!
We maken onze rondjes wel wat korter…Gewoon stevig doorstappen en niet te lang stilstaan… 🙂
Een bibberende Robin op de tegels, je zou hem toch zo in een warm wollen hansopje willen hijsen…Voor de vogels strooi ik ’s ochtends een handvol vogelvoer, havermout, wat appelschillen en rozijnen. Eén van de roodborstjes -er zitten twee in de struiken achter mijn tuin, de één donkerder dan de ander, wellicht een paartje? -is steevast de eerste die zich komt melden voor zijn ontbijt… Er zijn meerdere paren merels, om blij van te worden!, zeker nadat vorig jaar veel merels zijn bezweken aan het usutuvirus. In prachtig winterkleed getooide spreeuw…Het blijft leuk, al die vogels in de tuin; ik kan uren naar ze kijken (en dat lukt best op deze dagen…. 🙂 )Het groen van de boshyacinten steekt al zo’n 15 cm. boven de aarde.
De kievit en de wulp laten zich al weer zien en horen.
Nog even geduld en wachten op de lente die heus wel komt.
Zodat ik weer in het gras kan liggen…