DSC09783kBijna acht maanden verder sinds 20 maart.
En ben ik mezelf redelijk beu bij tussenpozen.
Voel ik me een langspeelplaat die blijft hangen, die niet uitgespeeldgerouwd raakt. En ben ik die lp ook meer dan beu.
Nu lijkt het wellicht alsof ik niks anders doe, zo is het ook weer niet.
Gelukkig niet.
Maar toch…

“Niemand heeft me ooit verteld dat verdriet zoals angst voelt. Ik ben niet bang, maar het is het gevoel alsof je bang bent. Hetzelfde onrustige gevoel in de maag, dezelfde rusteloosheid. Ik blijf maar slikken.
Er is een soort van onzichtbare sluier tussen de wereld en mij. Toch wil ik dat anderen er voor mij zijn. Een vreemd bijproduct van mijn verlies is dat ik bang ben om iedereen die ik ontmoet in verlegenheid te brengen.
Verdriet voelt als angst. En als spanning. Of zoals wachten: blijven wachten tot er iets gebeurt. Het geeft leven voortdurend een voorlopig gevoel. Niets lijkt het waard om te beginnen, om het even wat. Eerder had ik altijd te weinig tijd. Nu is er niets dan tijd. Bijna alleen maar tijd…” C.S. Lewis

Ik schrijf-knip-plak-teken-kleur-schilder, ik wandel, ik lees, ik denk, ik pieker, ik mijmer, ik lach, ik huil, ik babbel, ik rouw, ik niks, ik existeer. En vooral wil ik grip op alles mezelf houden. Bang om te breken en dat ik nooit meer aan elkaar gelijmd kan worden. Da’s ook geen optie.
Eindeloos kan ik luisteren naar Kodaline:

When you said your last goodbye
I died a little bit inside

Cause you brought out the best of me
A part of me I’d never seen
You took my soul and wiped it clean

Toen ik vanochtend met Boaz aan de wandel was, hoorde ik mezelf ineens zeggen: ‘hij is er niet meer, hij is echt weg’. Het klonk alsof een stem buiten mij dat zei. Zomaar. Uit het niets. Het voelde vreemd, raar. Maar vooral voelde ik er ook iets van berusting in, van een zekere en beslissende kalmte, als een soort van indalen en inbedden in diepere lagen binnen in mij. Weer een stapje verder op het pad in het land van rouw.

Het geestelijke/emotionele loslaten van manlief kost me veel meer moeite en pijn dan het fysieke loslaten en afscheid. Het is een heel ander proces.
Soms wil ik vastgehouden worden om te voelen dat ‘ik’ er nog wel ben.
Intuïtief weet ik dat ik op de goede weg zit. Ik hoef alleen maar te accepteren dat het is zoals het is. Ik hoef alleen maar dit uit te zitten en te doorleven. Ik hoef alleen maar stug door te werken. Dat is alles.

De boom in de winter. Hij staat daar maar. Al zijn blad verloren. Schijnbaar levenloos. Het lijkt alsof er in de winter niks gebeurt. Maar in zijn diepste kern is er de voorbereiding op de komende lente, de wending van verlies naar de verwachting van de lente. Uiterlijk niet zichtbaar, alleen die roerloze winterstilte.

Ook al lijkt het dat er niets verandert en dat ik geen centimeter vorder op deze weg, in de diepte, in de stilte, voltrekt zich eenzelfde verandering als in de winterboom.

Het vernieuwen zit niet in het terugkrijgen van het verlorene. Het nieuwe zit in onze eigen terugkeer.

Het wordt vanzelf weer lente.

Advertenties